Bodemkarteringen en saneringen
De geostatistiek wordt sinds de jaren zestig van de vorige eeuw gebruikt bij bodemkarteringen.
Hierbij gaat het om eigenschappen die continu in de ruimte varieren. Bijvoorbeeld het zandgehalte of bovenkant
en onderkant van een bodemlaag.
Belangrijke voordelen van de (geo)statistische aanpak zijn:
1) De betrouwbaarheid van de kaart kan bepaald worden (bijv. de bovenkant van een bodemlaag
ligt op 50 cm beneden maaiveld met een kans van 96% dat de werkelijke ligging tussen 45 en 55 cm is
2) Gegeven een gewenste betrouwbaarheid van de kaart,kan bepaald worden op welke afstanden boringen gezet moeten worden
Voorbeeld van toepassing van geostatistiek bij het karteren kan hieronder worden gevonden
De plaatjes
van deze presentatie
Bodemsaneringen
Naast het vaststellen van de ernst en urgentie van (water)bodemverontreinigingen is het bepalen van de omvang een belangrijk aspect
bij saneringen. Dit laatste omdat de kosten van een sanering hoog zijn als de verontreinigde bodem verwijderd moet worden.
De bestaande richtlijnen bieden niet al te veel houvast om dit op een zo goed mogelijke manier te doen.
Er wordt niet aangegeven hoe de begrenzing van de te saneren (water)bodem uit de boringen en monsternames moet worden geconstrueerd.
In de praktijk worden rechte lijnen getrokken tussen de boringen op de diepte waar het eerste schone monster is aangetroffen.
De geostatistiek biedt hiervoor uitkomst. De meest waarschijnlijke ligging van het grensvlak tussen verontreinigde en schone
grond kan hier mee bepaald worden. In onderstaand rapport wordt dit behandeld.
Geostatistiek & protocollen voor het nader onderzoek
Innovatie bij omvangsbepaling door gebruik geostatistiek
Er blijft altijd vervuilde grond achter na sanering.
Het verwijderinspercentage (% vervuilde grond dat verwijderd wordt tijdens een sanering) kan berekend worden als funktie van de totale hoeveelheid grond die gesaneerd wordt.
Er is een wetmatigheid: hoe minder vervuilde grond achterblijft hoe meer schone grond verwijderd wordt.
Met geostatistiek kan deze relatie berekend worden. Dan kan er een kostenafweging gemaakt worden. Vaak wordt als kriterium
gebruikt dat het verwijderen van een extra kuub grond niet meer dan 50% schone grond mag bevatten. Uit de grafiek is
dan af te lezen bij welk verwijderingspercentage dit het geval is. Bij het saneren van havens blijkt dit
precentage tussen de 90 en 95 te liggen.
Het is bijzonder prettig om van te voren te weten hoeveel vervuilde grond achter blijft. Men komt dan niet meer voor
verassingen te staan, waardoor men nog meer (kostbare) sanerings slagen zou moeten gaan maken.
Andere rapporten over het toepassen van geostatistiek bij het nader onderzoek:
Constructie DTM Sanering Ketelmeer
Geostatistisch onderzoek haven van Urk
Onderzoek Waterbodemkwaliteit Noordzeekanaal
Optimale meetnetten voor de leidraad waterbodemonderzoek in de uiterwaarden van Rijn en Maas (concept)